Grusenmeyer doorheen de geschiedenis.
Gent heeft de Drie Torens, Brugge heeft de grachten en Sint-Niklaas heeft een gigantische Grote Markt. Deinze heeft Grusenmeyer.
Het mag een beetje pocherig of zelfs blasé klinken, maar dat is het niet. Alles heeft met uitstraling te maken. Sinds 1938, meer dan 70 jaar intussen, zorgt Grusenmeyer er vanuit ‘haar’ Tolpoortstraat voor dat Deinze meer is dan zomaar een provinciaal winkelstadje tussen Gent en Kortrijk.
Het breiatelier van opa Joseph Grusenmeyer en vrouw Laura van toen is intussen niet meer en heeft plaats gemaakt voor zes winkels: van kidsfashion over sportief en stijlvol tot damescouture.
Kleinkinderen Sofie en Lieven, twee dertigers met een frisse blik op de modewereld, hebben de touwtjes intussen stevig in handen. En na hun lijkt de storm niet geluwd. Een nieuwe generatie ‘Grusenmeyers’ staat nu al klaar om over twintig, dertig jaar over te nemen. Een overzicht van 67 jaar mode langs de Leie.
Het was 1938. De oorlog leek in zicht en overal was er crisis. Ook in het provinciestadje Deinze was de economische recessie hard voelbaar. Voor Joseph Grusenmeyer en zijn vrouw Laura Hautekeette geen reden om hun droom op te geven. In de Tolpoortstraat begonnen ze de ‘Chemiserie & Bonneterie Grusenmeyer’. Het breiatelier verkocht vooral kledij voor kinderen en heren, maar had in het gamma ook flink wat accessoires voor dames.
Zoals in zowat elke Vlaamse familie sloeg de oorlog ook bij de Grusenmeyers hard toe. Joseph werd opgeroepen voor het front en keerde nooit terug. Laura werd weduwe en bleef achter met zeven kinderen. Maar ze hield zo van haar vak dat ze haar tanden stuk beet en verder werkte. Laura Hautekeete trok naar Brussel en Gent - toen nog ‘het buitenland’- om de beste kwaliteit te zoeken voor haar klanten.
Laura gaf de kledijmicrobe door aan dochter Francine en zette een stap terug in de jaren zestig. Met de gedrevenheid van haar moeder ging Francine verder. Maar het Belgische modebeeld evolueerde, en Grusenmeyer moest de trend volgen. Overal schoten boetieks als paddenstoelen uit de grond. Om dezelfde stap te kunnen zetten kwam haar man Ignace Verzele in de zaak. Hij ruilde een stevige job als textielingenieur voor een onzekere toekomst in de winkel. De juiste keuze, zou later blijken.
Het succes liet zich al snel raden. De creativiteit en het gevoel voor schoonheid van Francine bleek samen met de brandende ambitie van Ignace een gouden formule. Het koppel probeerde stand te houden tussen het gigantische aanbod van winkels en realiseerde in 1972 een eerste grote verbouwing. De traditionele winkel van pa en ma werd een echte boetiek. Ignace en Francine kozen resoluut voor kwalitatieve merkkledij. Een succes, want de familie moest op zoek naar nieuwe panden.
Vanaf eind jaren tachtig bepaalde Grusenmeyer mee het beeld van de Tolpoortstraat dankzij 3 winkels: klassieke herenmode, stijlvolle damesoutfits en leuke kinder- en jeugdkleding.
Tot in 1991 het noodlot voor de familie opnieuw toesloeg. Vader Ignace werd zwaar ziek. De familieband werd meer dan ooit belangrijk en de zakelijke ambities werden eventjes inde koelkast gestopt. In de herfst van 1994 kreeg de familie een gigantische mokerslag te verwerken. Veel te vroeg moest er afscheid genomen worden van Ignace.
Net zoals haar moeder meer dan vijftig jaar eerder gaf ook Francine niet op. Ze bleef verder werken in de winkels, samen met haar zoon Lieven en dochter Sofie. In 1999 nam ze afscheid van de winkels als de kinderen duidelijk maakten dat ze klaar waren om de zaken over te nemen.
|